Het wettelijk kader

Over de omgang met gevaarlijke stoffen bestaat veel internationale en Europese wet- en regelgeving. Binnen Nederland kennen we eveneens een keur aan voorschriften. De Arbowet geeft de rechten en plichten aan van zowel werkgever als werknemer op het gebied van arbeidsomstandigheden. De wet bepaalt dat werkgevers moeten zorgdragen voor een veilige werkomgeving en dat werknemers veilig moeten werken. Doen zich toch onveilige werksituaties voor, dan moeten werkgevers en werknemers de handen ineen slaan om op een verantwoorde wijze om te gaan met de aanwezige gevaren. Dit kan bereikt worden door het toepassen van de arbeidshygiënische strategie. 
 
De Arbowet stelt: werkgevers moeten zorgen voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden van werknemers (volgens de stand van de wetenschap en kennis van professionals).
Bij risico’s in het werk verlangt de Arbowet achtereenvolgens:
  • bronmaatregelen – Een werkgever moet eerst de oorzaak van het probleem wegnemen. Voorbeeld: schadelijke stof vervangen door een veiliger alternatief.
  • collectieve maatregelen – Als bronmaatregelen geen mogelijkheden bieden, moet de werkgever collectieve maatregelen nemen om risico’s te verminderen. Voorbeeld: het plaatsen van afscherming of een afzuiginstallatie.
  • individuele maatregelen – Als collectieve maatregelen niet kunnen of ook (nog) geen afdoende oplossing bieden, moet de werkgever individuele maatregelen nemen. Voorbeeld: het werk zo organiseren dat werknemers minder risico lopen (taakroulatie).
  • persoonlijke beschermingsmiddelen – Als de bovenste drie maatregelen geen effect hebben, moet de werkgever de werknemer gratis persoonlijke beschermingsmiddelen verstrekken. Voorbeeld: oorbeschermers en lasbrillen.

Redelijkerwijs-principe

De maatregelen op de verschillende niveaus hebben nadrukkelijk een hiërarchische volgorde. De werkgever moet dus eerst de mogelijkheden op hoger niveau onderzoeken voordat besloten wordt tot maatregelen uit een lager niveau. Het is alleen toegestaan een niveau te verlagen als daar goede redenen voor zijn (technische, uitvoerende en economische redenen). Dit is het redelijkerwijs-principe. Die afweging geldt voor elk niveau opnieuw. Uitzondering hierop vormen risico's van carcinogenen, mutagene en reprotoxische stoffen (de zogeheten CMR-stoffen) en verder biologische agentia. Dan mag alleen een stap lager in de hiërarchie worden gedaan als een hogere maatregel technisch niet uitvoerbaar is. Economische oorzaken mogen voor deze twee groepen ook niet worden  aangevoerd als reden voor een lager niveau van maatregel.

In het Arbobesluit staan nadere regels voor werkgever en werknemers om arbeidsrisico's tegen te gaan. Daarnaast noemen ook andere wet- en regelgeving gevaarlijke stoffen. Enkele voorbeelden:
  • brandpreventie: Arbowet, Woningwet, Bouwbesluit, Brandweerwet;
  • calamiteitenpreventie: Arbowet, Wet rampen en zware ongevallen; milieuvoorschriften: Wet Milieubeheer, Activiteitenbesluit, REACH;
  • verpakkingseisen, productinformatie: Warenwet, Tabakswet, Bestrijdingsmiddelenwet, Wet op geneesmiddelenvoorziening, Diergeneesmiddelenwet, REACH, ADR. GHS;
  • vervoer: Arbowet, Burgerlijk Wetboek 8, Wet vervoer gevaarlijke stoffen, REACH.
De Arbeidsinspectie en de Milieu-inspectie zien toe op naleving van deze wet- en regelgeving.

Reach

De Europese stoffenregelgeving, ofwel Registratie en Evaluatie van en Autorisatie en beperkingen ten aanzien van CHemische stoffen, REACH, verplicht producenten (en leveranciers) op basis van informatie over eigenschappen en het gebruik de blootstelling en risico’s van stoffen in kaart brengen. Iedereen die beroepshalve chemische stoffen of preparaten produceert, in de EU importeert, distribueert of gebruikt, heeft met REACH te maken. Binnen REACH worden vier verschillende rollen onderscheiden:
  • distributeurs
  • fabrikanten
  • importeurs
  • gebruikers (ook wel ‘downstreamgebruikers’ genoemd)

Grafimedia bedrijven zijn meestal geclassificeerd als ‘downstreamgebruiker’, dit houdt in dat je je ervan moet vergewissen dat je over actuele veiligheidsinformatiebladen beschikt en de inhoud hiervan in de praktijk naleeft.

Andere belangrijke regelgeving op dit gebied is te vinden in het Europees verdrag betreffende het internationaal vervoer voor gevaarlijke stoffen over de weg (ADR) en in de Richtlijn PGS 15. De Themabrochure Gevaarlijke Stoffen (zie arbografimedia) gaat uitgebreid op deze wetgeving in.

Globally Harmonised System of Classification and Labelling of Chemicals (GHS)

Binnen de EU wordt de etikettering van gevaarlijke stoffen gelijk getrokken. Dat leidt tot het Globally Harmonised System of Classification and Labelling of Chemicals (GHS). Op den duur moeten alle stoffen worden ingedeeld, geëtiketteerd en verpakt volgens het GHS-systeem.

De Arbeidshygienische strategie is de strategie die er van uitgaat dat je een arbeidsrisico eerst bij de bron aanpakt, dan nadenkt over het verlagen van de overdracht van het gevaar en daarna pas werknemers gaat beschermen met persoonlijke beschermingsmiddelen (of PBM’s).

Eerste optie is de bronaanpak, minder gevaarlijke stoffen inkopen. Als toch met gevaarlijke stoffen moet worden gewerkt, dan kun je personeel beschermen met collectieve of individuele maatregelen maatregelen. Als laatste optie geldt de inzet van persoonlijke beschermingsmiddelen. De Themabrochure Gevaarlijke Stoffen gaat nader op deze aanpak in.